Aanmelden
Vragen?
Of klik hier om naar het contactformulier te gaan

MCDD

MCDD is de afkorting van de Engelse term Multiple Complex Developmental Disorder. In het Nederlands wordt de stoornis Meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis genoemd. Deze stoornis heeft (nog) geen DSM-IV classificatie. MCDD wordt ook wel tot de autisme spectrumstoornissen gerekend. Er is tevens een overlap met angststoornissen. Zie ook de handelingswijzers voor angststoornissen en stoornissen in het autisme spectrum.
 
Definitie van het probleem en enkele wetenswaardigheden
Door sommigen wordt MCDD beschouwd als een variant van een autisme spectrum stoornis. Dit is echter nog niet wetenschappelijk vastgesteld. MCDD is nog niet officieel opgenomen in het algemeen gebruikte psychiatrische handboek; de DSM-IV. MCDD wordt wel al gebruikt als beschrijving van bepaalde psychiatrische problemen door kinder- en jeugdpsychiaters. Hoewel MCDD door sommige deskundigen wordt beschouwd als een variant van een autisme spectrum stoornis, staan bij kinderen met MCDD niet de contactproblemen op de voorgrond maar de problemen met het reguleren van emoties en gedachten. Een beetje angst ontaardt meteen in grote paniek en een beetje boosheid wordt razernij. Het regulatiemechanisme die emoties en gedachten in evenwicht houdt, werkt minder goed. Kinderen met MCDD ervaren de wereld als onveilig. Ze doen er alles aan om deze angst onder controle te krijgen. Bij kinderen met MCDD lijkt er sprake te zijn van een stoornis in de informatieverwerking in combinatie met heftige reacties op prikkels uit de omgeving. Kenmerkend zijn: stoornissen in de regulatie van affecten (angst/ boosheid), stoornissen in de gevoeligheid voor sociale signalen en stoornissen in het sociale gedrag in relatie tot leeftijdsgenoten en volwassenen en stoornissen van het denken (bizarre fantasieën, verwardheid etc.)
 
Wat zie ik in de klas, hoe herken ik dit gedrag/deze stoornis?
  • Bij angst ontstaat meteen paniek. Bij boosheid ontstaat meteen woede. Er zit geen langzame opbouw in de emoties;
  • Woedeuitbarstingen of driftbuien;
  • Extreem angstige huilbuien of paniekaanvallen;
  • Sterke fantasie in verhalen en tekeningen;
  • Moeite met het onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid;
  • Moeite met sociaal inzicht. Nemen wel initiatieven tot contact maar begrijpen echte vriendschapsrelaties of andere sociale relaties niet;
  • Worden angstig, boos of gefrustreerd in complexe sociale situaties (schoolplein, nieuwe situaties, schoolreis, gymles etc.);
  • Intense angst of gespannenheid;
  • Vrees (of fobie) voor ongebruikelijke situaties of voorwerpen;
  • Emotionele of stemmingsschommelingen zonder duidelijk aanwijsbare reden;
  • Vermijding van sociale contacten, grenzeloze contactname ondanks aanwezige sociale vaardigheden;
  • Ontbreken van vriendschapsrelaties met leeftijdsgenoten;
  • Aanklampende haatliefdesrelaties met volwassenen (meestal ouders);
  • Moeite met het zich verplaatsen in de gedachten en gevoelens van anderen;
  • Onlogische gedachtegang of gedachtensprongen;
  • Gemakkelijk verward, verliest snel het overzicht in een situatie.
 
De beste aanpak in de klas in bondige adviezen
  • Probeer de eigen emoties zo min mogelijk te tonen;
  • Denk vooruit over gebeurtenissen die komen en wat het effect daarvan kan zijn op de emoties van de leerling;
  • Wees bedacht op ontremde reacties van de leerling;
  • Verduidelijk de dagelijkse gang van zaken in de klas;
  • Begrens de emoties door ze te verbaliseren;
  • Zorg voor een veilige en overzichtelijke omgeving;
  • Wees een letterlijke hulp voor de leerling door voor hem de wereld te verwoorden en uit te leggen;
  • Denk voor en met de leerling over zijn gedrag en de gevolgen daarvan;
  • Laat de leerling niet alleen bij spannende situaties. Hij heeft de externe sturing van de docent nodig aangezien de interne sturing ontbreekt;
  • Gebruik een "frustratietolerantiemeter" zodat de oplopende frustratie van de leerling eerder gezien wordt en eerder gereguleerd kan worden;
  • Neem een neutrale houding aan, emoties worden verkeerd ingeschat;
  • Help bij het oplossen van conflicten. Er is sprake van onvoldoende inzicht in de sociale conflictsituatie om het zelf op te kunnen lossen;
  • Structureer in elke situatie: wanneer, wie, wat ,waar, welke manier zodat voor de leerling duidelijk is wat er van hem verwacht wordt, met wie hij moet werken, hoe lang het duurt en waar hij moet werken;
  • Richt de aandacht op het schoolse leren en niet op de relatie;
  • Bereid pauzes en vrije momenten met de leerling voor;
  • Zorg voor een voorspelbaar lesprogramma en rooster met vaste volgordes;
  • Help bij het expliciet herkennen en benoemen van emoties.
 
In ieder geval niet doen
  • Sterk geëmotioneerd raken en deze emoties tonen;
  • Onverwachte nieuwe situaties creëren;
  • Onverwacht nieuwe lesstof behandelen;
  • Angsten bagatelliseren.
 
Bron: Cordys 
  1. Privacy
  2. Sitemap
Gerealiseerd door Time2impress    

Menu